Posted by: anotherworldip | 02/20/2012

impunidad

CRISIS DE LA EUROZONA

Cuando reina la impunidad

DE MORGEN BRUSEL

 

Vlahovic

Un periodista griego expone que el principal problema de los griegos no es el dinero, sino un sistema clientelista en el que nadie tiene que rendir cuentas.

Quizás estén hartos de la crisis griega, como les ocurre a los políticos de peso en Europa. Seguro que piensan que los problemas griegos son financieros: falta de competitividad, una deuda y déficits gigantescos, un sector público contraproducente. Y tienen razón, pero es tan sólo la parte visible del iceberg.

La raíz del problema se encuentra en primer lugar en la anarquía y en el funcionamiento defectuoso de la justicia, luego en la existencia de un sistema clientelista basado en favores políticos, los intercambios de trucos, la corrupción y un entramado burocrático monstruoso que lo único que hace es servir a sus propios intereses, ahogar el espíritu empresarial y poner a prueba a la población griega. Esta situación pone freno a las mejoras en el sector financiero.

Desde que comenzó la crisis griega, era evidente que la clase política griega iba a seguir luchando por mantener este sistema clientelista, cuyos beneficiarios formaban parte del sector público, de los sindicatos y sobre todo del sector privado financiado por el Estado. En Grecia, el contrato social en vigor desde hace ya 35 años (o incluso más) se basa en el principio de que el ciudadano vota a un cierto partido a cambio de un empleo en la función pública (por un sueldo ínfimo) o de un mercado público de una cantidad exageradamente elevada (para los peces gordos).

La justicia no tiene ningún poder en Grecia

En el sistema que rige Grecia, los políticos jamás han tenido que rendir cuentas y la justicia no tiene ningún poder. La Constitución griega (abrazada por los dos grandes partidos políticos de manera descarada y ávida) limita de forma considerable la posibilidad de emprender acciones legales contra los políticos. De este modo, nunca se ha inculpado a ningún político griego, ni siquiera en casos sonados como el asunto Siemens o el de Vatopediu.

Theodoros Tsukatos, colaborador cercano al exprimer ministro Costas Simitis en los años noventa, reconoció en septiembre de 2010 ante el Parlamento griego que en 1999 había recibido un millón de marcos en sobornos de la empresa alemana, una suma que entregó a su partido, el PASOK. Según Theodoros Tsukatos, todos los grandes partidos políticos griegos reciben sobornos de las empresas privadas. Nadie se ha preocupado por saber de dónde procedía este millón de marcos y las cuentas del partido jamás se han examinado. En Alemania se imputó a varios dirigentes de Siemens, pero en Grecia no.

En 2008 estalló el asunto Vatopediu. Se trataba del intercambio de terrenos de gran valor que pertenecían al Estado por terrenos de menor valor, propiedad de un monasterio. Según algunas estimaciones, el acuerdo costó al Estado 100 millones de euros. En 2010, el Parlamento griego decidió que debía juzgarse a cinco exministros, pero los expedientes sobre estos delitos se archivaron definitivamente en 2009.

Estos asuntos confirman la convicción general de que en Grecia domina la anarquía. Incluso en los casos normales, es necesario esperar cinco años para que se celebre un primer proceso judicial, luego tres años más para apelar y otros tres años para obtener un último veredicto del tribunal supremo. Esto no es justicia, sino la negación de la justicia. Por este motivo Grecia no funciona como un Estado democrático, sino como una república bananera de los Balcanes.

Tres partes diferenciadas

Después del primer plan de rescate para Grecia en 2010, esperaba que el programa de adaptación económica y el control estricto de la Comisión Europea y de nuestros socios de la eurozona pondrían fin al sistema clientelista y a la maquinaria burocrática.

De momento, en Grecia existen tres partes diferenciadas. En primer lugar se encuentran los políticos y sus aliados en el sector público y el privado, que están amenazados por el hundimiento del sistema y por lo tanto se niegan a aplicar con eficacia las reformas estructurales necesarias. Después se encuentra la gente, que está harta de la situación y exige cambios, pero no tiene representación política. Y por último se encuentran nuestros socios europeos, que hasta ahora no han elegido ningún bando, pero precisamente por este motivo prestan su apoyo a los poderosos.

La Comisión Europea destaca, y con razón, que las autoridades griegas son las que tienen que aplicar el programa de reformas. Pero también se plantea la pregunta de saber hasta dónde puede llegar Europa a la hora de restringir la soberanía nacional, una cuestión fundamental para concebir un gobierno económico en la eurozona.

Tras dos años de inercia, nuestros socios europeos por fin empiezan a insistir en la puesta en marcha de auténticas reformas y en la disminución considerable de los gastos del Estado. Pero mientras, sólo en el sector privado 500.000 personas han perdido su empleo, el sector público sigue siendo enorme y sigue obstruyendo los avances. Nosotros, los griegos, somos los que tenemos que reclamar esa justicia.

 

fuente: http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/1397108/2012/02/20/Straffeloosheid-regeert-de-bananenrepubliek-Griekenland.dhtml

De Morgen

Straffeloosheid regeert de

bananenrepubliek Griekenland

Kostas Karkagiannis − 20/02/12, 07u44

Niet geld maar het recht is het grootste probleem van de Grieken. Kostas Karkagiannis is Brussel-correspondent voor de Griekse krant ‘Kathimerini’.

  •  Het Griekse systeem is gebouwd op een onbestaande aansprakelijkheid van politici en een zwakke justitie. Het gevolg is dat geen enkele Griekse politicus ooit aangeklaagd werd, zelfs niet in ophefmakende dossiers

Wellicht bent u de Griekse crisis al een beetje beu, en dat zijn ook de belangrijke Europese politici. Griekenland wordt voorgesteld als een ‘speciaal geval’, dat er niet in slaagt zijn eigen problemen op te lossen en een functionerende Europese lidstaat te worden. U denkt zonder twijfel dat de Griekse problemen van financiële aard zijn: weinig competitief, enorme schuld en tekorten, contraproductieve openbare sector. U hebt gelijk, dat zijn ernstige problemen, maar ze zijn slechts het topje van de ijsberg. De Griekse problemen zijn van politieke aard, hun gevolgen zijn van financiële aard.

De kern van het probleem is ten eerste de wetteloosheid en de slecht functionerende justitie, en ten tweede het bestaan van een cliëntelistisch systeem gebaseerd op politieke gunsten, dienstbetoon, corruptie en een monsterlijke bureaucratische machine die alleen de eigen belangen dient, het ondernemerschap verplettert en de Griekse burger tei-stert. Het bestaan van die twee problemen vertraagt de vooruitgang op financieel vlak.

Het was van bij de start van de Griekse crisis duidelijk dat de Griekse politieke klasse zou blijven strijden om dat cliëntelistische systeem in stand te houden, waarbij het cliëntèle zich bevindt in de openbare sector, de vakbonden en de voornamelijk door de staat gefinancierde privésector. Het sociale contract dat al 35 jaar (en langer) van kracht is in Griekenland gaat er vanuit dat de burger stemt op een bepaalde partij of een bepaalde politicus en in ruil een overheidsbaan krijgt (voor de kleine vissen) of een te hoog geprijsd overheidscontract (voor de grote vissen).

Het systeem is gebouwd op een onbestaande aansprakelijkheid van politici en een zwakke justitie. De mogelijkheid om politici te vervolgen wordt sterk beperkt door de Griekse grondwet (de wet werd opgesteld door de huidige financiënminister Venizelos en werd schaamteloos, zelfs gretig, omarmd door de twee grootste politieke partijen).

Het gevolg is dat geen enkele Griekse politicus ooit aangeklaagd werd, zelfs niet in ophefmakende dossiers zoals de Siemensaffaire en de Vatopaidi-affaire.

Theodoros Tsoukatos, een dichte medewerker van ex-premier Kostas Simitis in de jaren negentig, gaf in september 2010 in het Griekse parlement toe dat hij in 1999 1 miljoen Duitse mark smeergeld (hij noemde het ‘bijdragen’) had ontvangen van het Duitse bedrijf. Hij verklaarde dat hij daar allerminst trots op was en het geld aan zijn partij PASOK gaf, die het gebruikte voor de verkiezingscampagne in 2000. “Het is een oude, gevestigde praktijk, die iedereen toepast”, zei Tsoukatos, en hij beschuldigde alle grote Griekse politieke partijen ervan dat ze in weerwil van de wet smeergeld aanvaardden van privébedrijven.

De som van 1 miljoen mark werd nooit getraceerd, en de boekhouding van de twee grootste partijen werd nooit onderzocht. Siemens gaf inmiddels toe dat het tussen 1999 en 2006 1,3 miljard euro besteedde aan dubieuze betalingen. In Duitsland zelf werd een aantal managers van Siemens vervolgd (na de goedkeuring in 1998 van een nieuwe wet die het omkopen van buitenlandse functionarissen strafbaar maakt), maar niet in Griekenland.

In 2008 barstte de Vatopaidi-affaire los, Volgens velen de oorzaak van de val van de conservatieve regering in september 2009. De affaire draaide rond de ruil van hoogwaardige staatsgrond tegen minderwaardig land dat eigendom was van een klooster. De overeenkomst kostte de staat naar schatting 100 miljoen euro. In 2010 besliste het Griekse parlement dat vijf voormalige ministers terecht moesten staan voor de landruil. Maar de vermeende misdrijven van de politici werden al in 2009 geseponeerd. Eind 2011 werd de abt van het klooster gearresteerd om terecht te staan.

De affaires bevestigden het al wijdverspreide geloof dat politici boven de wet staan, en voedden het idee van wetteloosheid in Griekenland. Zelfs bij gewone rechtszaken moet je tot vijf jaar wachten op een eerste proces, nog eens drie jaar op de zitting in beroep en nog eens drie jaar op een ultieme behandeling door het hooggerechtshof. Dat is geen justitie, maar de ontkenning van justitie. En dat is de reden waarom Griekenland niet functioneert als een democratische staat maar als een bananenrepubliek uit de Balkan. Zonder rechtspraak is een democratie per definitie onmogelijk.

In de loop der jaren begon die bureaucratische machine, aangedreven door straffeloosheid (om een corrupte ambtenaar te straffen moet je ook zijn politieke opdrachtgever straffen, maar aangezien de laatste niet vervolgd kan worden, geldt voor iedereen straffeloosheid) en het gebrek aan evaluaties, de politieke verantwoordelijken te chanteren. Hetzelfde gebeurde door de ‘ondernemers’ bij gratie van de staat. Politici reageerden daarop door nog meer voordelen en hogere lonen toe te kennen aan de ambtenaren, en nog meer ‘gouden contracten’ door te schuiven naar de privésector. Uiteraard was dat systeem contraproductief, en stoelde het vooral op geleend geld. Aan dat lenen is nu (gelukkig) een einde gekomen, en het systeem valt in duigen.

Wie haalde voordeel uit dat piramideschema? Niet zo veel mensen als u misschien denkt. Na het eerste reddingspakket voor Griekenland in 2010 hoopte ik dat het economisch aanpassingsprogramma en het strikte toezicht van de Europese Commissie en onze partners uit de eurozone een einde zouden maken aan het cliëntelistische systeem en de bureaucratische machine.

Op dit moment zijn er drie strijdende partijen in Griekenland. Ten eerste zijn er de politici en hun bondgenoten in de openbare- en privésector, die bedreigd worden door de instorting van het systeem en daarom weigeren de noodzakelijke structurele hervormingen effectief door te voeren. Ten tweede zijn er de mensen die de toestand beu zijn en veranderingen willen, maar geen politieke vertegenwoordiging hebben. En ten slotte zijn er onze Europese partners, die tot nog toe geen kant hebben gekozen maar precies daardoor steun geven aan de sterken.

De Europese Commissie benadrukt terecht dat het hervormingsprogramma de Griekse autoriteiten toekomt. Bovendien is er de vraag hoe ver Europa kan gaan in de beperking van de nationale soevereiniteit, een cruciale vraag in de uitbouw van een economisch bestuur voor de eurozone.

Pas nu, na twee jaar inertie, beginnen onze Europese partners aan te dringen op echte hervormingen en op een substantiële vermindering van de staatsuitgaven. Maar ondertussen heeft een half miljoen mensen (allen in de privésector) zijn baan verloren, terwijl de openbare sector nog precies even groot en obstructief is als vroeger. Wat die rechtspraak betreft, is het aan ons, Grieken, om die te eisen.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Categories

%d bloggers like this: